maandag 29 juni 2015

Robots met een "ziel"



Gefascineerd heb ik naar dit filmpje zitten kijken. Prachtig, maar tegelijkertijd ook een beetje beangstigend. De menselijke houding en bewegingen, de precisie.... 

Op 10 mei was er een uitzending van Tegenlicht over  de ontwikkeling van menselijke robots in Japan.( "De robot als mens":  Tegenlicht). Japan loopt hierin ver voorop. 
De stelling van de uitzending is eigenlijk dat wij in het westen robots, en dan vooral de robots die op mensen lijken, eng vinden terwijl men dat in Japan totaal niet vindt. Daar zijn verschillende verklaringen voor, en één daarvan is dat in de Japanse cultuur "levende en niet levende objecten een ziel hebben".  Ziel is alleen niet het goede woord. Wij associëren dat onmiddellijk met iets levends, maar dat is het niet. Een interessante uitleg vond ik die van Naho Kitano, één van de oprichters van het Japanse robotbedrijf Hibot. Het heeft alles te maken met de relatie tussen jou en het object. Kitano verklaart het zo: "Ik noem het "between-ness" - dat wat er tussen zit. Wat ik vind van een ding en de harmonie tussen mij en het ding, dus dat wat er tussen mij en het ding "gebeurt",  definieert de betekenis van het ding." Doordat objecten iets betekenen, hebben ze een soort van "ziel" en verdienen ze ons respect.

Pepper is zo'n menselijke robot, ontwikkeld door Softbank, die zelfs in staat is emoties te herkennen. De eerste robots zijn op 20 juni dit jaar op de markt gebracht in Japan en waren meteen uitverkocht. De prijs is redelijk, voor nog geen €1500 heb je je eigen Pepper-robot in huis.


Een andere prachtige robot is Asimo van Honda. Deze kan veel meer dan Pepper.


 Zo rond dezelfde tijd als de documentaire las ik een interview met een Nederlandse trendwatcher die stelde dat er inderdaad veel robots in de toekomst zullen komen, maar niet daar waar de "menselijke maat" telt. Dus geen billenwassende robot in de gezondheidszorg volgens hem.
Ik denk juist van wel. Kijk maar naar Asimo. Die kan een redelijk volwaardige hulp in de huishouding worden, en in een verpleegsituatie zelfs mensen eten en drinken geven.
Ik denk ook dat door de inzet van robots de gezondheidszorg juist menselijker wordt. De verpleegkundige of verzorger doet niet meer het zware lichamelijke werk, maar hoeft slechts zorg te dragen voor het juist aansturen van robots. Die tillen de mensen uit bed, zetten ze op een toilet dat tegelijkertijd "de billen wast en droogt" (die heb je nu al overal in Japan), tillen ze er weer van af en zetten ze in een (rol)stoel. Meer tijd voor echt contact in plaats van het lichamelijk contact. De relatie tussen verzorger en client wordt daarmee gelijkwaardiger.
Maak kennis met Robear - een robot die in Japan speciaal hiervoor wordt ontwikkeld. Van zachte materialen en met een vriendelijk gezicht. 


Ik vind het mooi om te zien hoe techniek de kwaliteit van het leven verbeteren kan. Dus niet bang zijn voor Pepper, Asimo en Robear, maar ze juist omarmen. Letterlijk. 



woensdag 18 februari 2015

Mandarijnen

"Waarom pel jij je mandarijn vanuit de zijkant?" De vraag van mijn Japanse vriendin kwam onverwacht en ik keek haar verbaasd aan. "Wat bedoel je?" vroeg ik. Ze liet zien hoe zij haar mandarijn pelde - boven vanuit het midden partjes schil naar beneden scheuren, een beetje zoals je een banaan pelt. "Kijk, zo heb ik het er in één stuk vanaf gepeld en ik kan de mandarijn er zo uit halen." En ja, ze tilde de mandarijn uit het kommetje dat ze gemaakt had van de schil.
Het zag er wel leuk uit. "Veel minder troep dan dat jullie er van maken." zei ze.

Ho. Hoorde ik "jullie"?

"Jullie?" vroeg ik. Ze knikte. "Ja, mijn man doet het ook zo, die rommelt met zijn duimnagel een gat in de zijkant. Ik dacht dat dat iets specifieks van hem was, maar later zag ik iemand anders het ook doen en nu doe jij het ook." Ze keek me vragend aan. "Waarom?"
Ik wist oprecht niet wat ik moest antwoorden. Waarom pel je je mandarijn zoals je al je leven lang een mandarijn pelt? "Tja... waarom niét?"

"Jullie Hollanders scheuren de mandarijnenschil aan stukken. Wij pellen het keurig vanuit het midden. Dat is toch veel makkelijker en minder messy."

Ik schoot in de lach. Wij tegen jullie. Cultuurverschillen in het pellen van een mandarijn...
Ze stond op en pakte een andere mandarijn uit de schaal. "Kijk." Ze liet de mandarijn zien."Hier in het midden zit een soort deukje, vanuit dat punt kan je toch makkelijk pellen? Veel makkelijker dan je nagel random in de zijkant zetten."

Ze legde de mandarijn terug en ging weer zitten. "Het is voor mij net alsof je een banaan ook vanuit de zijkant zou gaan pellen. Dat zou jij toch ook raar vinden als iemand dat doet?"
Ik knikte. Dat zou wel raar zijn, ja.

Ik keek van mijn rommelig hoopje schillen naar haar keurige bakje. Ik keek naar Nederland en Japan. Een wereld van verschil.


maandag 2 februari 2015

Massan of het verhaal van whiskey en tranen



NHK, de Japanse NPO, zendt al jaren elke ochtend een dramaserie uit die per aflevering maar een kwartiertje duurt - het begint om 8 uur en is om 8:15 uur afgelopen. Eigenlijk gaat het altijd over het leven van een sterke vrouw. Over de ontberingen die ze heeft geleden, de moeilijke keuzes waar ze voor stond en het geluk dat ze heeft gekend. Een aantal ervan zijn legendarisch geworden en ook de serie die vorig jaar liep, Ama-chan, was immens populair. Hier kan je meer over de geschiedenis van de "NHK asadora" ("asa" = ochtend en "dora" is de afkorting van "dorama" - drama) lezen http://www.nippon.com/en/currents/d00094/

Wij waren rond de jaarwisseling in Japan en ook wij ontkwamen niet aan de "NHK asadora" die op dit moment speelt. Massan. Het verhaal van een jongeman, zoon van een sake-brouwer, die rond 1915 naar Schotland gaat om te leren hoe je whiskey moet maken. Daar ontmoet hij Ellie, een mooie blonde Schotse, ze worden verliefd, trouwen en vertrekken samen naar Japan om daar hun droom te verwezenlijken: de eerste echte Japanse whiskey maken. Hij heet Masaharu, en omdat "Masaharu-san" te lastig is om telkens uit te spreken voor de jonge Ellie, noemt ze hem "Massan".




Het leuke is dat de serie gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. De Schotse vrouw heette Rita en niet Ellie, was ook niet blond, maar trouwde wel een Japanner met een droom en ging met hem mee naar Japan. Die Japanner heette Masataka Taketsuru en wordt ook wel de vader van Japanse whiskey genoemd. Dat hij toen de basis heeft gelegd voor een revolutie in whiskey-land bijna een eeuw later werd vorig jaar duidelijk: een Japanse whiskey (van de distilleerderij in Yamazaki die Masataka heeft opgezet toen hij dienst was als "factory manager" bij wat nu het bedrijf Suntory is)  is uitgeroepen tot de beste van de wereld, zeer tot ontsteltenis van de Schotten. Er zijn er nu al een paar, maar er zullen zeker de komende jaren meer Japanse whiskeys in de schappen van de slijterij verschijnen, mark my words.


In de tijd dat we in Japan waren hebben we denk ik twee afleveringen van Massan gezien. Maar in talloze andere TV-programma's doken de hoofdrolspelers en met name de actrice die Ellie speelt, Charlotte Kate Fox, op. Zij schrijft geschiedenis, ze is de allereerste niet-Japanse die een hoofdrol speelt in een NHK drama. Ze is weliswaar niet Schots, maar Amerikaans. Toen ze vorig jaar aan de serie begon sprak ze geen woord Japans. Toevallig dat ik ook een korte documentaire over haar heb gezien in Japan. Daar zie je hoe ze elke dag uren met een Japanse leraar woord voor woord het script uit haar hoofd aan het leren is. Met de juiste uitspraak en de juiste intonatie. Ga er maar aan zitten.


 

Eenmaal terug in Nederland bleek dat we de serie via internet ook konden volgen. www.gooddrama.net is een website met ontelbare Japanse en Koreaanse dramaseries en films - ondertiteld in het Engels. En Massan stond er tussen.
De serie is in september 2014 begonnen en duurt tot maart dit jaar met in totaal 150 afleveringen. De eerste aflevering keken we vlak nadat we terug waren uit Japan toen we om 4 uur 's ochtends klaarwakker van de jetlag al uit bed waren. Uit heimwee wellicht, NHK bij het ontbijt, toch nog een beetje alsof we in Japan waren. Die ochtend keken we meteen zes afleveringen. En daarna elke dag twee, drie. We zijn nu bij aflevering 95.

Het is niet alleen een mooi verhaal over een koppel dat hun droom nastreeft. Er zit ook humor in, soms ook slapstick-achtige humor of humor die wij niet snappen. Het geeft daarnaast een prachtig tijdsbeeld van Japan net na de 1e wereldoorlog, een land in recessie. Het laat zien hoe een westerse vrouw zich staande houdt in een cultuur die haar volkomen vreemd is. Met haar eigen gewoontes die men in Japan niet kent. Zo omhelst ze iedereen, tot grote schrik van vooral mannen. Hier en daar wordt er zelfs een sneer gegeven naar wat nog steeds de traditionele rolverdeling is in Japan - man werkt hard en veel, vrouw kookt en bemoeit zich vooral niet met het werk van haar man. Wat Ellie natuurlijk juist wel doet. En er wordt veel gehuild, van pijn, groot en klein verdriet, van ontroering en geluk. Door iedereen, man en vrouw. Dat is heel Japans, want achter hun masker van alledag zit een heel emotioneel volk.




Misschien is dat wat mij elke keer weer raakt in Japan. Ik kan het niet precies omschrijven, maar het is een soort liefde die je voelt. Niet de romantische liefde, of de liefde tussen ouder en kind, maar gewoon, liefde tussen mensen. Het geheel van vriendschap, respect, oprechte gastvrijheid, het er zijn voor elkaar en het gevoel dat je er toe doet. In de serie soms erg theatraal gebracht, maar toch lopen de tranen mij over de wangen. Net als dat ik elke keer in Japan ook mijn tranen moet wegslikken als er weer iemand hartverwarmend lief is. Maar door Massan weet ik dat ik dat eigenlijk niet hoef te doen. Huilen mag.



maandag 6 oktober 2014

Vrouw en werk in Japan

Een onderwerp wat me interesseert is gendergelijkheid, vrouwen en werk en verdeling werk/zorg. Zowel hier in Nederland als in Japan. Begin dit jaar heb ik een reportage geschreven voor Opzij over vrouwen en werk in Japan.

Traditionele Japanse bruiloftsstoet (Meiji Jingu, Tokyo)


Polderen in Japan 
Vrouw en werk in het land van de rijzende zon.
Gepubliceerd in Opzij februari 2014 issuu link: http://issuu.com/opzijredactie/docs/binder1/6

Eriko Shirakawa (36) is bloemstilist en runt een studio iets ten zuiden van Tokio. Daar geeft ze workshops en exposeert ze haar bloemsierkunst. Ze heeft een druk bestaan, met een online shop, workshops die ze op locatie geeft en decoratieopdrachten voor bruiloften, beurzen en evenementen. Eriko is al dertien jaar getrouwd met Tomohiro (47). Hij heeft een baan als systeem engineer bij een bedrijf en maakt net als Eriko lange dagen. 
"Kinderen hebben we niet. Nog niet." zegt Eriko. "Ik heb het druk met mijn werk en ik doe het met veel plezier. Ik zou het niet willen missen. Maar ik wil uiteindelijk wel een gezin. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe we het zouden moeten regelen allemaal, met zijn baan en mijn werk. Dus daar is nog geen knoop over doorgehakt." 
Veel koppels in Japan worstelen met het zoeken naar de balans tussen werk en gezin. Ze stellen het krijgen van kinderen uit of kiezen er voor kinderloos te blijven. Niet alleen is de economische impact onzeker, veel vrouwen weten dat het krijgen van kinderen het einde van hun loopbaan betekent. 
In Japan is de rolverdeling tussen man en vrouw nog steeds erg traditioneel. Vrouwen zorgen voor de kinderen en het huishouden, mannen werken. De gemiddelde Japanse zakenman, ook wel "salaryman" genoemd, werkt meer dan vijftig uur per week en gaat daarnaast nog geregeld met zijn collega's uit eten en drinken. Er blijft weinig tijd en energie over voor relatie, gezin en ontspanning. Van de jonge vrouwen wordt dezelfde toewijding verwacht als zij voor een bedrijf gaan werken. Met een belangrijk verschil: zij komen slechts zelden in een carrièretraject terecht en blijven hangen in ondersteunende, administratieve functies. Want waarom zou je investeren in vrouwen als ze toch stoppen met werken als ze gaan trouwen? 

Marjet Andriesse, vicepresident Randstad Japan, woont en werkt al drie jaar in Tokio. "In Nederland heb ik me professioneel niet beziggehouden met het begrip diversiteit. Maar sinds ik in Japan zit, ben ik er vol ingedoken. Binnen ons bedrijf, maar ook daarbuiten. De situatie is namelijk best schrijnend hier. 75 procent van de universitair geschoolde vrouwen stopt met werken als ze moeder worden. En bijna de helft van hen doet dat niet vanwege de zorg voor het kind. Lange werkdagen, geen carrièrevooruitzichten en ongelijke beloning zijn de belangrijkste redenen. In Japan krijgen vrouwen voor hetzelfde werk 30 procent minder betaald!" 

Toch heeft Japan het op papier op orde. Gelijke behandeling, gelijke beloning, het is allemaal vastgelegd in de wet. Bovendien kunnen zowel mannen als vrouwen die in dienst zijn een vol jaar ouderschapsverlof opnemen, waarbij de helft van het salaris uit de sociale verzekeringspot wordt doorbetaald. Alleen, vrouwen beroepen zich niet op de wet en mannen maken niet of nauwelijks gebruik van hun recht. 
Japan is een land met een zeer rijke geschiedenis en met prachtige tradities. Maar diepgewortelde tradities zorgen ook voor vastgeroeste rolmodellen en een rigide patriarchale bedrijfscultuur. En dat terwijl Japan werkende vrouwen zo keihard nodig heeft. De afgelopen twintig jaar heeft de economie nagenoeg stilgestaan, jonge mensen trouwen niet meer, of stellen, zoals eerder gezegd, het krijgen van kinderen uit vanwege de onzekere situatie. Als gevolg daarvan daalt het geboortecijfer. Japan vergrijst nu zo snel dat in 2040 meer dan één derde van de bevolking ouder dan 65 is. De huidige regering onder leiding van premier Abe heeft emancipatie van vrouwen als prioriteit benoemd en zichzelf ten doel gesteld dat in 2020 30 procent van alle hogere posities in de samenleving door vrouwen ingenomen wordt. Realiteit of utopie?

"Onmogelijk." zegt Yukari Horie hoofdschuddend. Ze is oprichter van Arrow Arrow, een non-profitorganisatie die kleine en middelgrote bedrijven in Tokio adviseert over een goede balans tussen werk en privé en die jonge moeders helpt terug te keren naar hun baan. "Veel Japanse vrouwen missen het zelfvertrouwen om weer te gaan werken na hun bevalling. Het is ook niet makkelijk. Ouders wonen vaak buiten de stad, er is te weinig kinderopvang en de werktijden zijn bizar. Bovendien, als collega's of management vinden dat moeders thuis bij hun kinderen horen, worden die moeders ronduit tegengewerkt. Daar is zelfs een woord voor "matahara" wat "mother harassment" betekent. We begeleiden vrouwen in het jaar dat ze ouderschapsverlof  hebben om hun leven zo in te richten zoals zij dat willen, inclusief een baan na dat jaar. Belangrijk daarbij wel is de medewerking van hun partner - die moet dan wel bereid zijn wat minder te gaan werken. We helpen de jonge moeder en de vader om bijvoorbeeld hun werkgever te overtuigen dat ze met minder uren toch hun werk goed kunnen doen. En als dat lukt, dan zie je dat ook de andere medewerkers, en ook het management, zich realiseren dat het anders kan. Wij gebruiken die voorbeelden dan weer bij andere bedrijven." 
Dat er wel heel veel moet gebeuren om in de komende zeven jaren die 30 procent te gaan halen beaamt ook Marjet Andriesse. "Er zijn geen rolmodellen voor vrouwen in Japan, anders dan die van de ondergeschikte rol als moeder en huisvrouw. Vrouwelijke leiders kent men nagenoeg niet. Meisjes krijgen in hun studie of als ze gaan werken geen enkele begeleiding of handvatten om hun leiderschapskwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. Daar werken wij als bedrijf wel proactief aan. We hebben 34 procent vrouwelijke werknemers bij Randstad Japan, wat laag is in vergelijking met Nederland (72 procent). 15 procent van hen is afdelingsmanager. Nog steeds en lage score als je het vergelijkt met het mondiale gemiddelde, maar aangezien het percentage voor heel Japan op 4,9 procent ligt, toch een redelijk resultaat."

Foto: Fathering Japan 


Je ziet, heel voorzichtig weliswaar, verandering in de Japanse samenleving. Er is een groeiende groep jonge vaders die zich afzet tegen de overwerkcultuur en traditionele rolverdeling. Ze worden "ikumen" genoemd - vaders die actief betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen. Het woord is een samenvoeging van het Japanse woord " ikuji" -opvoeden- en het Engelse "man". Er zijn weliswaar nog niet veel ikumen, maar hun populariteit groeit, zeker door de media-aandacht die ze krijgen. 
Ook de overheid ziet in dat ook mannen hun levensstijl moeten veranderen om vrouwen meer kans te bieden op de arbeidsmarkt. Mannelijke ambtenaren worden opgeroepen om gebruik te maken van hun recht op ouderschapsverlof en in 2010 is de overheid het Ikumen Project begonnen. Met informatie, evenementen zoals de Ikumen van het Jaar-verkiezing en netwerken voor mannen die actief betrokken willen zijn bij de opvoeding van hun kinderen. 
Naast het regeringsproject is er ook een particulier ikumen-initiatief: Fathering Japan. Het is een kennis- en netwerkorganisatie, al opgericht in 2006, als reactie op de oververmoeide, norse "salaryman-vader" als stereotype in Japanse kinderliteratuur. "Een vader die lacht zorgt voor blije kinderen." was het motto van de oprichter Tetsuya Ando. 

Hiroki Yoshida, 36 en alleenstaande vader van drie kinderen, is de huidige directeur van Fathering Japan. "Na de geboorte van mijn derde kind werd ik lid. In eerste instantie voornamelijk vanuit professionele interesse, ik werkte als journalist en schreef veel over arbeidsinnovatie. Maar ik was toen ook al ikumen en zorgde voor mijn drie kinderen. In 2012 ben ik gestopt met mijn journalistieke werk en volledig voor Fathering Japan gaan werken. Fathering Japan heeft 350 leden, voornamelijk mannen, maar ook een aantal vrouwen. Wij geven bulletins uit met informatie over het combineren van werk en zorg. Maar ook praktische tips, over opvoeding en gezonde maaltijden bijvoorbeeld. Fathering Japan organiseert regelmatig seminars en workshops voor vaders, al dan niet samen met hun kinderen. Een aantal leden is leraar op de "Papaschool", een cursus voor vaders die een paar keer per jaar wordt gehouden. " Yoshida is daarnaast ook adviseur voor bedrijven, vakbonden en de overheid die inmiddels een goede balans tussen werk en zorg hoog op de agenda heeft staan. 
Yoshida:"Ik zie helaas nog maar weinig veranderingen sinds ik bij Fathering Japan zit. Er zijn best veel jonge mensen die het anders willen, maar het is de bedrijfscultuur die dat proces tegenhoudt. De oudere generatie mannen heeft het voor het zeggen en die wil niet veranderen. Minder werken om voor de kinderen te zorgen is vaak niet bespreekbaar. Japan staat bekend om de trage besluitvorming. Als in een klein bedrijf de directeur persoonlijk toestemming geeft, dan zijn zaken als kortere werktijden zeker bespreekbaar en kan het ook snel toegepast worden. Maar het duurt heel lang bij grote bedrijven voordat iets gerealiseerd wordt, zélfs als de hoogste baas het wil." 

In 2000 verscheen in Japan het boek Oranda no moderu van de hoogleraar Toshihisa Nagasaka. Nagasaka woonde en werkte drieënhalf jaar in Nederland en deed daar inspiratie op voor zijn boek over de manier waarop in Nederland de taken onderling verdeeld worden. Oranda no moderu, wat "Hollands model" betekent, leidde ertoe dat in Japan veel belangstelling werd gewekt voor het Nederlandse poldermodel. Nagasaka pleit er in zijn boek voor dat Japan dit model intensief bestudeert en navolgt. Naar zijn idee is het een van de belangrijkste elementen om werkeloosheid terug te dringen en economische groei te stimuleren. Work sharing is daarvoor het toverwoord, wat in Japan wordt opgevat als: de vrouw krijg de kans wat meer te gaan werken en de man doet een stapje terug. Work sharing en de manier waarop Nederlanders werk en privé combineren is volgens Nagasaka een ideaal model voor geïndustrialiseerde landen die snel vergrijzen. Yukari Horie van Arrow Arrow en Hiroki Yoshida vertellen enthousiast over het model. Zoveel gelijkheid, dat is volgens hen een lichtend voorbeeld waar Japan veel aan kan hebben. 

Nu heeft Nederland weliswaar een van de hoogste percentage werkende vrouwen van de wereld, in een rapport van Grant Thorton van begin 2013 over vrouwen in senior management posities bungelt ons land met 11 procent samen met Japan (7 procent) in de laagste regionen. En hoewel het aantal mannen met een deeltijdbaan toeneemt ( van 10 procent in 2001 naar 14 procent in 2012 - bron CBS), werkt 83 procent nog steeds voltijds. Dit in tegenstelling tot vrouwen waarvan bijna driekwart in deeltijd werkt. Dat is het échte Hollands model. 
Een beetje ironisch is het dus wel, dat ze in Japan Nederland als voorbeeld nemen, terwijl hier de gelijkheid op de arbeidsmarkt nog steeds ver te zoeken is. 
Premier Abe zal hoogstwaarschijnlijk zijn doelstelling voor 2020 - 30 procent van de hogere functies moeten worden ingevuld door vrouwen- niet halen. Maar de boodschap is duidelijk: er moet iets gebeuren. Met de groeiende groep ikumen en initiatieven zoals Arrow Arrow en Fathering Japan zijn de zaadjes voor een gelijke verdeling van werk en zorg in ieder geval geplant. 

maandag 24 februari 2014

Over okonomiyaki, slabberdewatski en een vreemde wortel

De Japanse keuken is ondertussen wel een redelijk bekende keuken. Toch? We kennen allemaal sushi, sashimi, tempura en de noedelsoepen - udon zijn de dikke noedels, en ramen of soba de dunne noedels. Wakame, zeewier, is ook al een tijdje bij Albert Heijn te koop, net als shiitake en wasabi. Ook de sojasaus-hegemonie van Kikkoman wordt langzaam maar zeker doorbroken nu andere merken in het schap van de supermarkt verschijnen.
Yakitori (kip), takoyaki (inktvis), gyuunikuyaki (biefstuk), yakisoba (noedels) - deze gerechten hebben duidelijk één ding gemeen, ze zijn "yaki" en dat betekent "gegrild", "gebakken". Teriyaki is niet een gerecht maar een soort gerechten waarbij vlees of vis gebakken in en geglaceerd wordt door de specifieke zoete teriyakisaus. Het karakter voor "teri" betekent "glans".

Okonomiyaki is ook speciale "yaki". "Okonomi" betekent "wat je maar wilt". Okonomiyaki is dus een soort van gebakken ratjetoe. Ik maak nu even een zijstap naar mijn jeugd. Wij aten op zaterdag tussen de middag altijd "slabberdewatski", een gerecht wat mijn oma had bedacht en zo had genoemd. Het hoorde bij de zaterdaglunch, slabberdewatski werd niet gemaakt op een doordeweekse dag en ook niet als avondeten. Mijn kinderen vragen mijn moeder nog wel eens om het te maken, dus de traditie zet zich voort al is het nu niet meer een typisch zaterdaggerecht. Slabberdewatski is een combi van ei, verschillende groenten en ham. In plaats van ham hadden we soms Smac, die ingeblikte boterhamworst van Unox, waarvan ik niet eens meer weet of het nog bestaat. Het recept is simpel: eerst de uien bakken in de pan, daarna de ham en de andere groenten (vaak soepgroenten) erbij en dan de eieren. Even op hoog vuur doorroeren totdat het ei goed gestold is en klaar is kees. Een boerenomelet, maar dan scrumbled. Op een verse boterham met een beetje ketchup. Jummie.
Okonomiyaki is in de basis hetzelfde, al gaat er vaak wat meer vlees en vis doorheen. Het enige verschil is dat alle ingrediënten in een kom worden gemengd met een beslag van bakmeel, bouillon en ei. Het resultaat wordt daardoor een beetje pannenkoekachtig. Okonomiyaki wordt ook wel "Japanese pancakes" genoemd. En veel streken in Japan hebben hun eigen speciale combi van ingrediënten, maar de bekendste is wel de okonomiyaki van Osaka. Ik heb de Osaka-style okonomiyaki gegeten met garnalen, varkensvlees en stukjes inktvis. Er gaat daarna Japanse mayonaise (minder zoet dan die van ons) en een speciale saus over (otafuku). Okonomiyaki is prima thuis te maken, en er zijn talloze recepten op internet te vinden, dus ik zou zeggen, probeer het eens. Je kan er in doen wat je zelf wilt. Ik heb een video hieronder geplaatst met het recept van de Youtube-serie Cooking with dog. De functie van de hond is me onduidelijk en dat ie er zo met zijn snuit bovenop zit lijkt me ook niet echt hygiënisch, maar het recept wordt in duidelijke stappen uitgelegd. Ook van de saus zijn recepten te vinden, maar je kan het simpel maken met worcestersaus, oestersaus, beetje ketchup en suiker.


(Voor als de video niet zichtbaar is: klik hier)

In de video schaaft de mevrouw onder het goedkeurend oog van de hond een witte wortel in het beslag. Dat is nagaimo, een soort cassava, of yam, die rauw gegeten kan worden.
Ik was vorig jaar op de biologische markt in Amstelveen waar een kraam staat van groothandel Ecoville die een keur aan Japanse groenten verkoopt. En daar lagen ze, de nagaimo, als een stapel harige benen. Fascinerend. Ik nam er dus eentje mee naar huis en verwittigde via twitter en Facebook mijn Japanse vrienden over mijn aanwinst met het verzoek mij te vertellen hoe ik het moest klaarmaken.
"Schillen en raspen, en dan met rijst en sojasaus, heerlijk!" kreeg ik van een aantal van hen te horen. Raspen dus. Ik sneed een stuk af en schilde het. De binnenkant was spierwit en glibberig. Tegen de tijd dat ik de hele schil er af had, begon het wit te verkleuren. Het werd bruinig en steeds kleveriger. Alsof het bloedde. Ik schaafde de groente over de rasp, en in plaats van dat er reepjes van af kwamen, werd het een slijmerige massa, die op de rasp bleef liggen en steeds verder verkleurde tot een roestbruin goedje. Uiteindelijk droop er een kloddertje viezig spul in het bakje onder de rasp. Ik nam een lepeltje en at voorzichtig een klein hapje van wat er op de rasp bleef liggen. Het had nagenoeg geen smaak, maar het was klef en slijmerig en gaf een gek tintelend gevoel. Ik haastte me weer naar mijn Facebook. Was dit wel goed? Hoorde dit wel zo? Had ik niet een verrot exemplaar te pakken? Ik hoorde mijn Japanse vrienden gewoon gniffelen. Ja, Ingrid-san, het hoort zo. Maar gelukkig was er ook een andere manier van bereiden: de geschilde wortel in reepjes snijden en die frituren. Dat hebben we later gedaan en ik moet zeggen dat dat echt wel lekker was, het smaakte als een licht soort patatje.


Er valt nog heel veel te vertellen over Japans eten. Zo heb ik laatst in Japan voor het eerste motsunabe gegeten. Het was echt lekker. Pas toen we het al zo goed als op hadden zei degene met wie ik was dat "motsu" "darmen" betekent. En ik zag ineens de halve buisjes in het vlees. Wat het precies is leg ik een andere keer uit. En dan ook meer over natto, osechi en shirako en wat ik daar van vond. Of shouyu softcream, oftewel sojasaussoftijs. Het bestaat allemaal.
Itadakimasu! En dat is "eet smakelijk" in het Japans.


zaterdag 21 december 2013

Zakka

Zakka (雑貨) betekent letterlijk "diverse goederen" en het is al een tijdje een retailtrend in Japan. Je spreekt het uit zoals het er staat, alleen voor de "z" zit een lichte "t". Tzakka.


Zakka-stores zijn grote of kleine winkels met snuisterijen, handgemaakte producten, kopjes, schoteltjes, potjes en pannetjes. Ze verkopen alles voor huis, tuin en keuken, maar bijvoorbeeld ook klein speelgoed, sieraden en accessoires. Eigenlijk is HEMA een typische zakka-winkel. Japanners die naar Nederland komen zijn daarom ook zo gek op de HEMA. Leuke,  "kawaii" (= cute) en vooral betaalbare spulletjes om het dagelijks leven aangenaam te maken. Ik geloof er ook heilig in dat HEMA enorm kan scoren in Japan. Flying Tiger, de Deense winkelketen, heeft het al aangedurfd om in Japan te starten en hun twee winkels in Osaka en Tokyo zijn een groot succes. Men staat er letterlijk voor in de rij.

Zakka is ondertussen ook al een gangbare term in andere delen van Azië. Alleen, als ik google op zakka, dan kom ik ook bij Amerikaanse sites waar eigenlijk alleen handgemaakte borduur-, naai- en breispulletjes op staan. En dat is gek, want in Japan staat zakka voor een veel breder assortiment. De Amerikaanse pinners op Pinterest hebben voornamelijk ook knutsel- en DIY spulletjes op hun zakka-borden staan. Bij de Aziatische pinners en zeker als je zoekt op het Japanse woord 雑貨 zie je dat men onder zakka een veel grotere verscheidenheid aan producten verstaat.

Retailtrends hebben mij altijd geboeid en ik had via social media al veel voorbeelden gezien van zakka-stores in Japan. In november was ik in Japan en heb ik er een paar in Kyoto bezocht.

In het noorden van de stad vind je Keibunsha (www.keibunsha-books.com - de site op zich is al leuk). "Books, gifts and gallery" staat er op de site en dat is ook precies wat het is. Een prachtige grote boekwinkel met daarnaast een zakka-gedeelte, waarbinnen een deel gereserveerd is voor exposities van illustratoren of andere kunstenaars. De zakka variëren enorm: eetgerei, meubels, pennen, opgezette vlinders, you name it. Het lijkt wel of alles random is neergezet, maar dat is het niet. De sfeer van een rommelig tweedehands brocante-winkeltje wordt zorgvuldig nagebootst. Er zijn, ook in de boekwinkel, geen strakke schappen maar houten tafels, dressoirs, kasten en planken. Dat zorgt er ook voor dat je nieuwsgierig bent naar de spulletjes in elk hoekje en op elk plankje en tafeltje. Ik was daar op een zondagmiddag en ondanks dat het er erg druk was heerste er een rustige, relaxte sfeer. Hier een kleine impressie.



Vlakbij Keibunsha zit een klein café dat "Anone" heet. Een zakka-café, want ook zij verkopen sieraden, tape, wol en andere spulletjes. Het café is klein en knus en heeft een jaren '60 huiskameruitstraling. De menukaart is niet uitgebreid, maar, als je toevallig in de buurt bent, hun curry rice is heerlijk.



Ik zie het wel voor me, een HEMA in Tokyo. Een mooie selectie van het assortiment, niet in strakke schappen maar opgesteld in houten kasten en planken, met hier en daar een dressoir als kopstelling of actiemeubel. En het restaurantgedeelte ingericht als een Hollandse huiskamer, koffie met stroopwafels en pannenkoeken op het menu. Oh, en niet te vergeten de HEMA-worst. Zakka uit Holland, succes verzekerd.

Een paar andere voorbeelden van mooie zakka-stores:
Angers, downtown Kyoto, is ook een voorbeeld van een mooie zakka-store, geïnspireerd door Scandinavisch design. www.angers.jp
Greenpoint "books and things" in Yokohama ga ik zeker de volgende keer dat ik in Japan ben bezoeken. info.gpbat.com

vrijdag 8 november 2013

Kyoto

Ik ga weer naar Japan. En wel heel binnenkort. Heb een mooie freelance opdracht voor het schrijven van de corporate story van een Japans bedrijf. Daarvoor moet ik ook interviews doen in Japan. Na de interviews blijf ik nog een tijdje in het land van de rijzende zon. Allereerst ga ik naar Kyoto. Lang geleden, tijdens mijn studie Japans, verbleef ik met twee studiegenoten twee maanden in deze prachtige stad, de voormalige hoofdstad van Japan.

We waren "rusuban" - huis-oppassers. In juli en augustus is het in Kyoto extreem vochtig en heet. De bewoners van het huis, een Japanse universiteitsdocent en zijn Franse echtgenote, gingen elk jaar in de hete zomermaanden een maand naar Frankrijk. Hun vaste rusuban kon dat jaar niet en zij zochten studenten die op hun huis en drie katten wilden passen. Wij vertrokken jong en naief naar het land dat we alleen nog maar kenden uit de boeken.

Naderhand realiseerde ik me pas hoe uniek deze kans geweest is, een maand in een huis in Kyoto! Het huis was ook nog authentiek Japans, alles van hout met een schuifdeur als voordeur -die niet op slot kon- en alleen maar kamers met tatami - Japanse vloermatten.

Slapen deden we op futons, Japanse dunne matrassen die je uit een kast haalt, op de tatami legt en de volgende ochtend weer opbergt. De futon was te klein voor mijn 1,86 meter, maar omdat je feitelijk op de vloer lag, maakte dat niet uit. Ik stootte wel constant mijn hoofd, elke doorgang in het huis was net te laag.
De woonkamer had tatami met een kotatsu. Een gat in de grond met een tafel er boven. Je zit op een kussentje op de tatamivloer, met je benen naar beneden onder de tafel. In de winter wordt er ook wel tussen het dubbele tafelblad een deken gelegd, die over je bovenbenen wordt gedrapeerd. En als het nog kouder is plaatst men een warme stoof onder de tafel zodat je lekkere warme voeten krijgt.
Ik herinner me ook de kleine badkamer met een diep bad. Uit de kraan kwam alleen maar koud water, daar vulde je aan het begin van de avond het bad mee en door een kacheltje dat je buiten moest aansteken, werd het water verwarmd. Voordat je een Japans bad instapt moet je zorgen dat je schoon bent, de hele familie maakt gebruik van hetzelfde badwater. Dus naast het bad stond een krukje en een paar plastic bakjes. Met de bakjes schepte je water uit het warme bad en daar waste je jezelf mee. Daarna stapte je in het - vaak ondertussen erg heet geworden - water waar je dan een tijdje in bleef relaxen. Voor mij was het krukje te laag en het bad te klein, maar alles went.
Als iedereen in bad was geweest, ging er een houten deksel op het bad om het water warm te houden. De volgende ochtend wasten we ons weer met het nog warme water. Erg efficiënt.

De bewoners van het huis hadden voor ons drie fietsen gehuurd. Japanse fietsen zijn natuurlijk niet anders dan die van ons. Behalve dat de gemiddelde Japanner redelijk klein is en ik dus een maand heb rondgefietst op een kinderfiets. Zo voelde het althans en zo zag het er volgens mij ook uit, maar ook hier, alles went. We fietsten overdag naar één van de 2000 tempels en schrijnen die Kyoto rijk is. En 's avonds hebben we het nachtleven van Kyoto verkend. Van alternatieve ska-tent tot luxe nachtclub, de fiets bracht ons overal.

Het zijn mooie herinneringen. Na mijn studie ben ik vaker in Japan geweest, maar altijd in een gewoon westers hotel en nooit als toerist. De komende reis is ook grotendeels zakelijk, maar ik gun mezelf drie dagen Kyoto. Om weer naar de Kingakuji - het gouden paviljoen - te gaan, de Kiyomizudera, downtown Kawaramachi en Shijodori, Kamogawa... Alles per openbaar vervoer, maar in gedachten op een te kleine fiets.